neus-keel-oor.be | sitemap | inloggen

Anatomie & fysiologie van de neus

De functies van de neus

De neus speelt een zeer belangrijke rol in de ademhaling. De in te ademen lucht moet gefiltreerd, bevochtigd en verwarmd worden. De neus speelt een rol (voor circa 10%) in de temperatuurhuishouding van ons lichaam. Het sensor orgaan voor de waarneming van geuren en de smaak via retrograde ademhaling bevindt zich in de neus. Via het traankanaal vangen we het traanvocht op in de neus en rollen de tranen niet continu over onze wangen. De neus heeft een belangrijke esthetische functie.

Uitwendige neus

De uitwendige neus bestaat uit verschillende anatomische delen. We delen hier de uitwendige neus op in de neuswortel met neusrug of dorsum en de neuspunt of tip met de neusgaten. Naast een functionele rol in de ademhaling is er voor deze structuren ook een grote esthetische rol weggelegd.

I. De neuswortel en neusrug (dorsum)
De aanzet van de neus vanuit het voorhoofd wordt de neuswortel genoemd en bestaat uit de neusbeentjes (ossa nasalia). Van hieruit gaat de neuswortel over in de beenderige neusrug die zicht naar beneden toe voortzet in de kraakbeenderige neusrug of het dorsum. Hier bevindt zicht links en rechts een triangulair kraakbeentje (ook upper lateral genoemd) dat in feite een voortzetting is van het kraakbeenderig neustussenschot (ook quadrangulair kraakbeen). Er bestaat een grote individuele variabiliteit in de vorm van de neusrug.

II. De neustip met neusgaten
De neuspunt of tip is een voortzetting van de neusrug naar beneden toe. Het kraakbeenderig neustussenschot (septum) geeft vorm en steun aan de neustip. Er bevinden zich links en rechts in de neustip twee neusvleugelkraakbeentjes (alaire kraakbeentjes) die telkens uit een buitenste (lateraal) en binnenste (mediaal) deel bestaan en weer met elkaar verbonden zijn via een middelste deel (intermediaire crus) dat ook de 'dome' genoemd wordt. De dome is beiderzijds een belangrijke determinant voor de vorm van de neustip. De buitenste delen van deze kraakbeentjes (laterale alae) geven respectievelijk vorm aan de neustip en de neusvleugels. De alaire kraakbeentjes liggen bovenaan meestal over de triangulaire kraakbeentjes t.h.v. de zogenaamde 'scroll area'. Hier kan de neustip als het ware over de neusrug rollen hetgeen een belangrijke beweeglijkheid geeft aan de neustip. De binnenste neusvleugelkraakbeentjes (mediale alae) liggen onderaan tegen het kraakbeenderig tussenschot en geven beiderzijds mee vorm aan de columella (de verbinding tussen de bovenlip en de neustip). De alaire kraakbeentjes geven zo vorm aan de neusgaten waarlangs de ademhaling plaatsvindt. Er is beiderzijds een spiertje (de musculus dilatator nares) die de neusvleugel kan opensperren.

Inwendige neus

De inwendige neus wordt opgedeeld in de neusholte (cavum nasi), de neusbijholten (paranasale sinussen) en het reukorgaan met de reukzenuw (bulbus olfactorius) in de voorste schedelgroeve (fossa anterior). De inwendige neus is bedekt met slijmvlies.

I. De neusholte (cavum nasi)
Direct achter de neusgaten bevindt zicht het vestibulum van de neus. Het neustussenschot of septum staat op de middellijn en verdeelt de neus in een linker en rechter neusholte. Het septum bestaat uit een voorste quadrangulair kraakbeenderig en een achterste beenderig deel (posterior processus en vomer). Het septum geeft steun aan de neustip (tip support). Vooraan in de neusholte bevindt zich de zogenaamde neusklep. Dit is het nauwste deel van de neus. Achteraan komen de beide neusholten weer samen t.h.v. de choana in de neuskeelholte of nasopharynx. In de beide neusholten bevinden zich drie neusschelpen of conchae. De grootste is de onderste (concha inferior), dan volgt de middelste (concha media) vervolgens de bovenste neusschelp (concha superior). Deze structuren vullen de neus en vergroten het oppervlak van neusslijmvlies hetgeen zijn belang heeft in de vocht- en warmtehuishouding. Anatomische afwijkingen geven afhankelijk van hun localisatie in de neusholte meer of minder gemakkelijk neusverstoppingsklachten. Het traankanaal met zijn traanzak draineert onder de onderste neusschelp.

II. De neusbijholten (paranasale sinussen)
De neusbijholten, paranasale sinussen of gewoon sinussen hebben geen duidelijke functie. Een functie zou kunnen zijn dat ze functioneren als een bufferzone van het aangezicht bij frontaal trauma om zo de hersenen te beschermen. Een soort van 'kreukelzone' in het aangezicht. Er zijn frontale sinussen of voorhoofdsholten, maxillaire sinussen of kaakholten, anterieure ethmoïdale sinussen of voorste zeefbeenholten, posterieure ethmoïdale sinussen of achterste zeefbeenholten en sphenoïdale sinussen of wiggebeensholten. De anatomie van de sinussen is zeer wisselend, maar er zijn duidelijke herkenningspunten die telkens volgens dezelfde principes zijn terug te vinden hetgeen zeer belangrijk is bij functionele endoscopische sinus sanering (FESS) of neusbijholte uitruiming.

III. Het neusslijmvlies
De neus en sinussen zijn voornamelijk bedekt met mucosa of slijmvlies. Dit slijmvlies bestaat o.a. uit slijmbekercellen die slijm of mucus produceren en trilhaarcellen met trilhaartjes. Deze trilhaartjes hebben een specifieke trillingsrichting zodat het geproduceerde slijm via de nauwe uitgangen van de sinussen naar de neusholte kan worden gevoerd. De frontale, maxillaire en anterieure ethmoïdale sinussen draineren via het zogenaamde osteomeatale complex naar de middelste neusholte. Een verstopping op deze plaats geeft dan ook gemakkelijk aanleiding tot ontsteking van meerdere sinussen. De posterieure ethmoïdale en sphenoïdale sinussen draineren achteraan hoog in de neus. Uiteindelijk draineert het ganse systeem in de neusholte naar de neus-keelholte.

Het autonoom zenuwstelsel en de neus

Het autonoom zenuwstelsel t.h.v. de neusmucosa bestaat uit een sensorisch systeem voor reflexen (o.a. o.i.v. substance P), een parasympatisch systeem dat vasodilatatie (zwelling) kan geven (o.a. o.i.v. acetylcholine en VIP) en een orthosympatisch systeem dat vasoconstrictie (ontzwelling) kan geven (o.a. o.i.v. noradrenalina, adrenaline en neuropeptide Y). Op deze manier bestaat er een veneus capaciteitssysteem dat onder invloed van het autonoom zenuwstelsel staat en waardoor de bloedflow de neusweerstand, de luchtflow en de 'airconditioning' kan worden beïnvloeden.

De slijmproductie (mucus) staat eveneens onder invloed van de parasympaticus en wordt o.a. gestimuleerd door acetylcholine en onderdrukt door atropine. Ook histamine en substance P kunnen de slijmproductie stimuleren. De slijm afvoer (mucociliaire clearance) wordt verzorgd door de trilhaarfunctie van het trihaarepitheel en zorgt voor afvloei van het secreet naar de neus-keelholte.

Er zijn een aantal reflexen t.h.v. de neus: een axonale reflex via sensorische zenuwen op nasale stimuli: cardiovasculair, respiratoir en nasopulmonair (zoals bijvoorbeeld bronchoconstrictie of bronchospasme op koude lucht) en reflexen naar de neus (vanuit de hypothalamus) zoals bij lichaalmsbeweging, emotie en stress. Ook ontstekingen beïnvloeden dit systeem waarbij een gezwollen slijmvlies kan ontstaan. Er is heel wat medicatie die een inlvoed heeft op de functie van de neus (para- en sympaticomimetica, anti-histaminica, histaminica en hormonen).

De functie van de neus bij de ademhaling en airconditioning

De neus is een systeem dat zorgt voor een continue temperatuur van 37° Celsius en een vochtsaturatie van 95% ter hoogte van de postnasale ruimte en wel onafhankelijk van de temperatuur van de ingeademde lucht.

I. De ademhalingsfunctie
De luchtflow in de neus is verschillend naargelang de locatie in de neus. Er is een laminaire flow t.h.v. voorste neus (het vestibulum) en een turbulente flow achteraan in de neusholte.

De neus is voor een groot deel verantwoordelijk voor de ademhalingsweerstand. Vooraan in de neus (vestibulum) zijn het de alaire kraakbeenderen en de dilatator nares spieren die de weerstand beïnvloeden. Iets daarachter bevindt zich de neusklep, het nauwste punt in de neus en dus verantwoordelijk voor een groot deel van de neusweerstand. In de neusholte gedraagt het neusslijmvlies zich als een erectiel weefsel dat de weerstand kan beïnvloeden. De neusweerstand is van groot belang bij kinderen. Een beperkte rhinitis (neusverkoudheid) bij een pasgeborene heeft een veel grotere invloed op de neusweerstand dan bij een volwassene en zo een zeer grote invloed de ademhaling.

De neuscyclus geeft een afwisselend opzwellen van de ene kant en ontzwellen van de andere kant van de neus. Waarschijnlijk betreft dit een systeem van compensatie en recuperatie. Dit effect heeft zijn belang in de interpretatie van rhinomanometrie en CT-scans van de sinussen. De neuscyclus staat waarschijnlijk onder controle van de hypothalamus (minder bij kinderen i.v.m. maturatie van de hypothalamus). Om de 4 tot 12uur wisselt dit zich af. Ook de neussecreties aan de gezwollen kant nemen toe. Neusdruppels kunnen de neuscyclus ernstig verstoren.

II. Airconditioning: filtratie, verwarming, bevochtiging
Er gebeurt in de neus een filtratie van stofpartikels. Voornamelijk afhankelijk van de diameter gebeurt dit op een verschillende plaats. Partikels groter dan 10 tot 15 micrometer kunnen in de neushaartjes opgevangen worden. Partikels groter dan 10 micrometer kunnen worden opgevangen t.h.v. de neusmucosa. Alle partikels kleiner dan 10 micrometer worden niet meer in neus gefiltreerd, maar wel t.h.v. de lagere luchtwegen tot 0,3 micrometer.

Ter hoogte van de neus gebeurt er warmte uitwisseling. Er is verwarming van ingeademde lucht. Hiervoor is turbulentie van de ingeademde lucht en een tegengestelde bloedflow noodzakelijk, maar ook een groot contact oppervlak tussen ingeademde lucht en neus mucosa is zeer belangrijk (conchae). De neus is voor 10% verantwoordelijk voor onze warmte afgifte.

Vochtuitwisseling gebeurt op twee manieren. Er is bevochtiging van ingeademde lucht waarvoor een bepaalde hoeveelheid energie noodzakelijk die afhankelijk is van de temperatuur en de vochtigheid van de ingeademde lucht (10% van totaal lichaams warmte verlies via de neus). Bij het uitademen gebeurt er een heropname van vocht. Zo wordt 1/3 van het vocht nodig voor de bevochtiging van de ingeademde lucht gerecupereerd. Dit gebeurt door condensatie van vocht op het slijmvlies bij het uitademen door een temperatuursval.

Het reukorgaan en de reuk

Hoog in het dak van de neus tot aan de binnenzijde van de middelste neusschelp (concha media) ligt het reukgevoelig slijmvlies (olfactoir neuro-epitheel) bedekt met slijm (mucus). Hierin liggen de reuk gevoelige cellen (de eerste orde olfactieve receptor neuronen met receptor cilia uitlopend in de mucus laag) die via zenuwuitlopers (fila olfactoria) doorheen het zeefbeen (os ethmoïdale, lamina cribrosa) in de voorste schedelgroeve (fossa anterior) de tweede orde neuronen bereiken in de glomeruli in het begin van de reukzenuw (bulbus olfactorius).

De primaire olfactieve cortex krijgt rechtstreeks projecties uit de bulbus olfactorius. Dit is de (pre)piriforme cortex met het tuberculum olfactorium hetgeen aanleiding geeft tot bewuste reuk gewaarwording, de nucleus olfactorius anterior voor binasale vergelijking, de entorhinale cortex en zo naar de hippocampus voor het reukgeheugen en de amygdala en zo naar de hypothalamus voor emotionele reactie en/of motivatie.

De reuk wordt gebruikt om de smaak bij eten en drinken waar te nemen. De reuk heeft ook een beschermende functie en geeft ons een waarschuwing bij gevaar. Denk hierbij aan een gaslek of bedorven voedsel. Dit systeem werkt ook tijdens de slaap. De reuk is eveneens betrokken bij het bekomen van bepaalde emoties, kan seksuele prikkels detecteren en zou de partnerkeuze beïnvloeden. Een gestoorde of afwezige reuk heeft dus grote gevolgen voor ons individu waarvan de omgeving zich vaak niet bewust is.

Wil u meer weten over neusproblemen?

Uitgebreide informatie over neus gerelateerde problemen is steeds te verkrijgen via onze artsen.

Let op!

De informatie hierboven is de beschrijving in grote lijnen. In elk individueel geval zal het verhaal steeds wat kunnen afwijken van hetgeen hierboven werd beschreven.